Kratom kent geen wereldwijde lijn. In het ene land is het een verboden middel, in het andere een vrij verkrijgbaar kruid — en de Wereldgezondheidsorganisatie besloot in 2021 bewust om er (nog) geen internationale controle op te zetten. Dit is het wereldwijde plaatje.
De kern in het kort
- Het WHO-deskundigencomité besloot eind 2021 met 11 tegen 1 dat er onvoldoende bewijs was voor een critical review.
- Kratom blijft onder surveillance van de WHO, maar staat niet onder internationale controle.
- Per land loopt het sterk uiteen: van een volledig verbod tot vrije verkoop als kruid.
Het WHO-besluit van 2021
In oktober 2021 boog het Expert Committee on Drug Dependence (ECDD) van de Wereldgezondheidsorganisatie zich over kratom. De uitkomst, gepubliceerd in december 2021, was opvallend terughoudend: met elf stemmen tegen één concludeerde het comité dat er onvoldoende bewijs was om een volledige “critical review” — de stap die tot internationale controle kan leiden — aan te bevelen. In plaats daarvan adviseerde het ECDD om kratom, mitragynine en 7-hydroxymitragynine onder surveillance te houden. Een internationaal verbod, zoals dat voor veel andere stoffen geldt, kwam er dus niet.
“Onder surveillance” betekent dat de WHO de ontwikkelingen blijft volgen en het onderwerp opnieuw kan oppakken als nieuw bewijs daar aanleiding toe geeft. Het is dus geen eindoordeel, maar een bewuste keuze om eerst meer gegevens af te wachten.
De wereldwijde lappendeken
Omdat er geen internationale verplichting is, bepaalt elk land zijn eigen koers. Grofweg ontstaan er drie groepen. In een aantal landen is kratom volledig verboden of streng gereguleerd: denk aan Maleisië, Singapore, Vietnam, Australië (waar het als Schedule 9-stof geldt), Japan en Zuid-Korea, plus diverse Europese landen. In andere landen is het juist als kruid of botanisch product verkrijgbaar, bijvoorbeeld in Mexico, Spanje en Oostenrijk. En soms wordt een eerder standpunt heroverwogen: Thailand, van oudsher een kratomland, hief het verbod in 2021 weer op.
Waarom landen tot andere keuzes komen
Dat dezelfde plant zo verschillend wordt behandeld, heeft verschillende oorzaken. Drugswetgeving is in de meeste landen een nationale bevoegdheid, en zonder een internationaal verdrag dat kratom op een lijst plaatst, is er geen verplichting om één lijn te trekken. Landen wegen bovendien hun eigen signalen anders: waar het ene land vooral kijkt naar meldingen bij vergiftigingencentra en gevallen van versnijding, benadrukt het andere de traditionele rol van de plant of het ontbreken van hard bewijs voor grootschalige schade. Ook het tijdstip speelt mee — Thailand, dat kratom decennialang verbood, draaide dat in 2021 juist terug en koppelde het deels aan zijn traditionele gebruik. Het WHO-besluit om voorlopig alleen te observeren past in dat beeld: zolang het bewijs onvolledig is, kiezen toezichthouders eerder voor monitoring dan voor een definitief oordeel.
Wat dit voor Nederland betekent
Voor Nederland verandert het WHO-besluit weinig aan de praktijk. Kratom staat hier niet op de Opiumwet — in lijn met het ontbreken van internationale controle — maar valt sinds de CBb-uitspraak van 24 juni 2025 wél onder het novel-food-kader en mag niet ter consumptie worden aangeboden. Het internationale beeld laat vooral zien hoe verdeeld de wereld is: dezelfde plant kan bij een landsgrens van vrij verkrijgbaar kruid veranderen in een verboden middel.
De juridische status verschilt per land en kan veranderen. Wie grensoverschrijdend reist of handelt, krijgt met meerdere regimes tegelijk te maken. Raadpleeg altijd de actuele, officiële informatie van het betreffende land.
Bronnen: WHO Expert Committee on Drug Dependence (ECDD), 2021; openbare wetgevingsoverzichten over de status van kratom per land; CBb 24 juni 2025, ECLI:NL:CBB:2025:340. Peildatum: mei 2026.